Emotionele atroficatie

Begonia duwt haar hutkoffer door de lange gangen van Schiphol. Ze ziet in de verte het silhouet van Ada Zaan, die gebaart en wankelt van het ene been op het andere been, op haar rollator steunend. Haar haar zit in een suikerspin-coupe en ze draagt een rode jurk. Buiten deze jeugdige vertoning, zet Begonia vraagtekens hoe je met vierentachtig nog de grens over kan.

Aankomsthal Luchthaven Schiphol AMS

Deze foto is gemaakt door Shirley de Jong

‘Is dat niet Ada Zaan?’ merkt Patricia luttele seconden later op.

Begonia realiseert zich dat ze zich niet van de domme kan houden en zegt: ‘Ja, dat is ‘r. We laten er met rust, hè, Patries? Denk aan haar leeftijd.’

‘Ada!’ roept ze uit. ‘Wat leuk om je te zien!’ Begonia voelt hoe plastic Patricia overkomt.

Ada draait zich eleganter om dan menig van haar leeftijdgenoten, glimlacht en kijkt door haar zonnebril omhoog naar Patricia. Naast Ada staat gevierd kunstenaar, dichter en schrijver Desassossego, wie ze af en toe zichtbaar gelukkig omhelst. ‘Hallo, Patricia. Inderdaad enig om elkaar weer te ontmoeten.’

Tot Begonia's teleurstelling blijft Ada's blik hangen bij Patricia. Hoewel ze een goedkeurende knikje krijgt van Desassossego, is het onbehoorlijk van Ada om haar mantelzorger niet te begroeten. Ze besluit met gelijke munt terug te betalen; blijkbaar heeft Patricia haar hulp niet nodig.

Ada begint een van haar verhalen. ‘Kind, ik ben laatst in Maastricht geweest. Op de tefaf. Dat was weergaloos mooi. Zo bijzonder.’ Ze lacht opnieuw en kijkt Patricia indringend aan.

Patricia haakt in op haar verhaal: ‘De tefaf, wat enig.’

‘Ja, dat vind ik nou zo leuk. We waren met de anderen van Rosita Speer vertrokken naar het Maastrichtse. Ik kom oorspronkelijk uit die buurt. Eigenlijk uit Tilburg, maar in Maastricht kwam ik ook veel. Ik herinnerde me weer hoe ik als student op de Zakstraat naar de faculteit liep.’

‘Mijn ouders woonden op de Brusselsestraat. Nu woon ik in 't Gooi.’

‘Ja, ach, dat is ook een soort Maastricht. Maar dan een B-versie. Met mindere heuvels en minder romantiek.’ Ada zucht diep. 'Ik weet nog dat ik met Desassossego door de kleine steegjes hand-in-hand liep. Weet je nog, Desa?' ‘Wat zeg je, lieve Ada?’ zegt Desassossego, op een toon die doet vermoeden dat hij geen flauw benul had waarover ze 't heeft.

‘Je bundel,’ zegt Ada. ‘Je bundel. Onrust. Die was net uit. Het was een kritisch succes.’

‘O ja, nu herinner ik 't me weer,’ zegt Desassossego.

Arti et Amicitiae

Het kunstenaarshol te Amsterdam, Arti et Amicitiae, op een bewolkte dag.

Begonia kijkt naar de verliefde ogen van Ada. Ergens heeft ze te doen met deze vrouw die al haar hele leven bezig is een man te veroveren die nooit de hare zal worden. Ze hoort Patricia om een gunst vragen en vangt iets op over Arti et Amicitiae, het kunstenaarshol van Amsterdam.

Ada kijkt glazig en zegt: ‘Wat schuift het?’

Hoewel Begonia dit bot vindt, heeft ze bewondering voor hoe geraffineerd Ada uit de hoek kan komen. Dat is waarschijnlijk de eigenschap waarmee ze het zo ver schopt in de kunstwereld. Vervolgens zegt ze: ‘Ada, waar ga je heen?’

‘Dat is inderdaad een goede vraag.’ Het gezicht van Ada wordt vriendelijker en ze vergeet het onbeschofte verzoek van Patricia. ‘Ik ga met mijn Arti-vrienden naar de tentoonstelling van Desa in Parijs. Het heet “Joie de Vivre”, een tamelijk vreemde betiteling voor Desa's werk, dat grossiert in grauwtinten. Weet je nog dat gedicht, Desa? Dat je aan mij hebt opgedragen? Kom, ik declameer 't even.

“Ada, een stap. Twee stappen. Lege vlakte. Bijzonder. Applaus.”

‘Dat is zo'n mooi gedicht. Echt heel bijzonder. Die woordkeuze, fenomenaal!’

Ada is zichtbaar opgetogen en Begonia ziet Patricia's boosheid. Geen wonder; wat een nare vrouw dat ze niet eens dit kleine klusje voor haar kan doen. Begonia gaat verder om Ada te paaien. ‘Wat een mooie woorden van Desassossego. Je kan echt de liefde erin proeven.’

Ada glimt. ‘Dat vind ik nou ook.’

‘Toch is het jammer,’ probeert Begonia, duidelijk op zoek naar een zwakte van Ada die ze kan uitbuiten, ‘dat Desa's romans geen vertaling hebben gezien in de Spaanse taal.’

‘De Spaanse taal?’ Ada waggelt even en valt bijna om vanachter haar rollator. Haar bril valt op de grond, die Patricia vakkundig opraapt en uiterst vriendelijk aanbiedt.

‘Ja, de Spaanse taal. Dat is een zeer groot gebied. Die zijn wel geïnteresseerd in de stijl van gewapend beton. Want dat is de typering van Desa's werk, toch?’

‘Ja, ik ben natuurlijk geen expert, maar dat zeggen de critici ja.’ Ze ziet Ada lichtelijk geïnteresseerd kijken.

‘Patricia heeft connecties met de beste uitgeverijen in Barcelona en omstreken.’ ‘Dat zal best.’ Haar toon verkoelt onmiddellijk.

Bego begint aan een hernieuwde poging, ‘Zou het niet enig zijn om Desa dit succes te gunnen?’

Ze heeft duidelijk een gevoelige snaar te pakken. Ada draait zich met moeite om naar Desassossego, die bijna in slaap is gevallen. Er worden wat woorden gewisseld en Patricia heeft eindelijk de buit binnen.

» » Episode 6 - Je kan het krijgen

« « Episode 4 - Gazonstress