Je kan het krijgen

Begonia trekt een grijze haar uit haar parelmoer-blonde coup. Ze kan niet bepalen of dit grijze haartje van haarzelf is (waarschijnlijk) of toch van haar zwart-wit-gevlekte saucijzenteckel komt (onwaarschijnlijk, maar plausibel genoeg). Om niet nog een complex erbij te krijgen naast die onheilspellende brief van Marcia, besluit ze het laatste voor waarheid aan te nemen. Al kan ze ook toegeven dat ze een dagje ouder wordt. Een dagje maar, geen jaar.

Tafelbergheide Blaricum GNR

Patricia staat beneden te wachten, bepakt en bezakt in de grote hal van haar villa in 't Gooi. Begonia resideert in het Brediuskwartier. Haar optrekje steekt flets af tegen die van Patricia, die een dubbele vrijstaande villa, tuin op het zuiden en inpandig zwembad annex garage in de Gouden Driehoek bezit. Maar ach, voor een psychologe heeft ze zeker niet te klagen.

‘Goh, ik wist niet dat Bussum zulke mooie huizen had,’ zegt Patricia, onderwijl ze de spullen van Kota als een rommeltje door het huis ziet liggen. ‘Al vond ik je huis op de Visserstraat ook prima.’

Begonia loopt driftig heen en weer op de vide, op zoek naar sandalen, lippenstift en een kam. ‘De Visserstraat? Daar had ik een overpad, weet je nog?’

‘Ach, je buurvrouw was toch zo aardig? Ik weet nog dat ze op me begon te schelden toen ik mijn auto voor haar deur had gezet. Nou, welkom in Bussum, zullen we maar zeggen. Catherine Keyl schijnt liever in Naarden-Vesting te wonen. Meer historie en de mensen zijn er gemoedelijker.’

‘Kom je nou, Bego? Marcia Lapidis laat niet op zich wachten.’

‘Die Marcia kan me even gestolen worden. Lapidis betekent trouwens “kei” of “steen” in het Latijn. Vreemd hoor, is 't een pseudoniem?’

‘Heb je ooit een bn’er in de therapiestoel gehad?’

‘Nee, natuurlijk niet. Die gaan allemaal naar dokter Rossi.’

‘Dokter Rossi? Bestaat die dan?’

‘Nou, iemand die erg op hem lijkt.’ Begonia zucht diep. ‘Ik mag dan ook geen pillen uitschrijven, daar is 't allemaal misgegaan.’

‘Wil je dan psychiater worden?’

‘Ja, dat had ik wel leuk gevonden, ja.

‘Nog steeds ben ik diep bedroefd dat het me niet lukte om Geneeskunde te studeren. Een prachtstudie. Ach, ik ben dan wel GZ, maar psychiater, dat wilde ik worden.’

‘Deborah is helemaal niets.’

‘Wat heeft zij hier mee te maken?’

‘Nou ja, Deborah wilde graag psycholoog worden, nu is ze spv’er.’ Patricia bezigt deze term met enig dédain, blijkbaar vindt ze een sociaal psychiatrisch verpleegkundige beter dan een ordinaire psycholoog. ‘Daarbuiten wordt ze voor het gerecht gedaagd. Ze schijnt dingen te hebben verzwegen aan de fiscus. En ik maar denken dat ze schone handen heeft.’

‘Deborah kan het ook niet helpen. Die wordt volledig opgeslokt door haar huwelijk met Ernst-Theo. En haar manege in Hollandse Rading.’

‘Sinds wanneer neem jij het op voor mijn zus?’

‘Ik vind dat je haar niet moet afkammen. Je weet niet precies wat er is gebeurd. Ken je de film Blue Jasmine niet?’

‘Ja. Al werd ik gek van die Cate Blanchett. Ze heeft zo'n irritant stemgeluid. En dan dat gezeur over dat liedje.’

‘Blue Moon? Dat is een van de mooiste liedjes die ik ken. “Blue Moon”. Victor-Jan en ik hebben met elkaar geschuifeld op “Blue Moon”.’

Het huis van Marcia Lapidis

Het huis van Marcia Lapidis te Blaricum.


~*~

In de schemering arriveren ze ten huize van Marcia Lapidis, omgeven door rododendrons en met een zandverstuiving voor de deur. Waar haar woede vandaan komt, is zelfs menig psycholoog een raadsel.

Ondanks dat de benaming Hondenheitje en bosje van Six op de routeplanner onschuldig overkomt, rennen de Dobermann Pinschers blaffend Patricia en Begonia tegemoet. Natuurlijk is er wat voor te zeggen om de villa van Marcia goed te bewaken, maar honden zijn makkelijker uitgeschakeld dan menig ander beveiligingsmaatregel. Niettemin, durven ze de auto niet uit te stappen en wachten ze geduldig op enig teken van Marcia.

Uiteindelijk komt ze tevoorschijn, in een robe van luxe, fluwelen satijn. Ze glimt in het avondlicht en haar beider armen zijn gehuld in een bonten stola, met de handen bedekt door witte handschoenen.

‘Ik ben Marcia Lapidis. Maar dat weet je natuurlijk al.’ Marcia poogt een smadelijke glimlach te vertonen, maar zelfs die venijnigheid kost haar zichtbaar moeite.

‘Marcia, wat fijn om je te zien,’ zegt Begonia, terwijl haar mobieltje luid rinkelt. Ze neemt niet op, zelfs niet voor een patiënt die in nood verkeert. ‘Inderdaad, een fijn weerzien.’

De telefoon rinkelt opnieuw. Hoewel ze het niet kan maken om het gesprek weg te drukken, doet ze het toch.

‘Altijd heeft iedereen je nodig. Behalve nu,’ vervolgt Marcia.

Patricia beeft en wil het op een lopen zetten, vooral nu een van de honden dichter bij haar komt.

‘Heb je nog nagedacht over mijn aanbod?’ zegt Marcia.

Bego probeert na te denken, onderwijl de hond zichtbaar dominant aan haar zit te snuffelen. Ze besluit het spel mee te spelen en zegt: ‘Marcia, ik wil graag jouw beeldhouwwerken onder de aandacht brengen in Arti et Amicitae. Ada Zaan heeft een ingang die jij mag gebruiken.’

Dit staaltje pareren heeft Marcia niet verwacht. Ze is verbluft en zegt eventjes niets.

De psychologe gaat verder: ‘Marcia, jouw werk is van een weergaloos mooie schoonheid. Het is wat kunstenaars subliem noemen; een ervaring die je spontaan van je as doet omvallen.’

Marcia bloost. Ze is even vergeten dat ze boos is op haar oude vriendin uit haar jeugd.

Patricia beeft nog steeds en trekt aan de hand van Begonia, wiens mobiel alweer rinkelde.

‘Ik moet maar eens gaan,’ zegt Begonia. ‘Spreek je later weer, Marcia. Wat is het hier mooi. Je hebt met jouw beelden gewoon je eigen museum. Zo mooi. Heel bijzonder.’ Ze loopt langzaam terug naar de auto en ze verlaten het terrein. Zo, dat is achter de rug.

» » Episode 7 - Sprakeloos

« « Episode 5 - Emotionele Atroficatie