Je had me

Die middag heeft Begonia een dagdroom. Ze ziet Adriana Humaine voor zich in een kille kliniek. Terwijl de schokgolven door haar hoofd gevoerd worden, hoort ze een lijkbleke vrouw met witte jas praten in zichzelf.

Geestelijk Gezondheidszorg Maastricht

You Had Me (Joss Stone © 2004)

‘Dit is echt het beste voor Adriana,’ zegt de witte jas. Ze draait zich om naar de operatieassistent: 'Wat vind jij? Het ging toch niet meer langer zo?' Bego ziet dat de operatieassistent vertwijfeld kijkt. Ieder antwoord is immers verkeerd. Alleen de volmondige ‘ja’ van de witte jas is goed. Zo zit de wereld in elkaar.

De droom vervaagt en een andere scene doet zich voor. Ze ziet iets wat op een worsteling lijkt. Adriana zwijgt en wordt op een brancard afgevoerd. Ze schokt heftig en haar ogen spuiten vuur. Weer ziet ze aan het uiteinde van de brancard het gezicht van deze zuster. Hoe heet ze ook alweer? Haar huid lost op in de geelwitte muren. Wie niet beter weet, zou denken dat zij een baken van vertrouwen uitstraalt in deze verschrikkelijke omgeving. In zekere zin is dit ook zo, maar ze gaat soms te ver met haar protegés.

Begonia schokt in haar bed. Ze hoort op de achtergrond haar telefoon gaan. Het lijkt alleen alsof deze telefoon ligt in de droomwereld. Ze ziet haar praktijk De Netelige Larix voor zich en grijpt hopeloos naast haar mobiel. Ze krijgt hem maar niet te pakken. Het belsignaal verergert en ze schrikt wakker.

Terstond neemt ze op. ‘Met Begonia, wie is dit?’

‘Ik ben het, Patricia.’

Een siddering gaat door Begonia heen. Ze heeft niet kunnen vermoeden dat ze vandaag twee keer prijs zou hebben. Eerst de vermaledijde Deborah en nu haar gewiekste zus. Wat een ochtend.

‘Ben je er nog?’ zegt Patricia.

‘Ja,’ zegt ze half slaapdronken.

‘Begonia, ik heb je nodig. Deborah is ingestort van die uitspraak. Dat valt wel te begrijpen.’

‘Vat je de woorden van de rechter niet verkeerd op? Ze is benoemd tot hoofdtherapeute.’

‘Dat is het niet.’ Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Ze vervolgt na een kleine hapering in de lijn: ‘Deborah heeft bonje met een andere zuster. Ene Magdalena. Ze komt geloof ik uit Costa Rica en ze houdt er nogal rare opvattingen op na. Iets met geesten.’

‘Geesten? Daar ben ik niet zo op los. Mijn patiënten zijn meestal depressief.’

‘Nu wil het lot dat Deborah los is op geesten. Door haar Winti verleden en haar kennis van Ala Kondre, weet ze het een en ander van wichelroeden en kan ze geesten verdrijven.’

Het valt Begonia alleszins mee dat Patricia haar betrekt in de zielenroerselen van Deborah. Misschien is er toch nog sprake van vriendschap. Hier heeft ze al die tijd heimelijk op gehoopt.

‘Je valt wel continu weg, Begonia? Ben je er nog?’

‘Jazeker.’

‘Begonia, Deborah is je patiënt. Doe een beetje moeite voor haar, alsjeblieft.’

‘Ik heb vannacht zitten denken.’

‘Vannacht? Ben je wel helemaal lekker? Je moet wel goed slapen. Vooral nu. Met die rechtszaak en zo.’

Interieur GGZ, Maastricht

Gesloten afdeling in het staatsziekenhuis te Maastricht

‘Patricia, doe is rustig. Ik droomde over Deborah.’

‘Dit zeg je alleen maar om mij te pleasen.’ Patricia kan enige wrok in haar stem niet verhullen en toetst pardoes een paar nummers in.

Begonia hoort de toetsen van de telefoon, maar gaat verder: ‘Ik denk niet dat Deborah iets verkeerd heeft gedaan.’

‘Nou, nou, dat duurt lang tot je tot dat inzicht komt.’

‘Heb je met je advocaat gesproken?’

‘Met Cláudia? Dat gekke mens uit Brazilië? Volgens mij is die nu naar een nagelstudio, tussen de bedrijven door.’

‘Ze valt best mee. Haar felheid kunnen we goed gebruiken in de rechtszaal. En ze weet het bestaan van geesten te duiden.’

‘Daar heb je gelijk in. Ik voel me alleen een beetje oplossen naast haar. Ze is zo knap, daar steek ik toch een beetje lelijk bij af.’

‘Doe niet zo gek, joh! Je leek wel eventjes Máxima.‘

‘Wat? Ik?’ Ze stamelt. ‘Wat ik probeer te zeggen is. Ik vind dat Cláudia soms haar boekje te buiten gaat. Zo had ze een verhouding met die strafpleiter. Ik weet even niet meer hoe die heet.’

Begonia wist zijn naam, maar besluit te zwijgen.

‘Nee, Cláudia is een beste vrouw. Ik kan niet anders zeggen.’

Een wisselgesprek verschijnt op het venster van Begonia's mobiel. Het is Cláudia. ‘Patricia, Cláudia belt mij nu op. Ik denk dat ik je even later terugbel.’

‘Is goed.’

Begonia neemt het gesprek aan met Cláudia.

‘Obrigado, carinha,’ mompelt Cláudia op de achtergrond.

‘Cláudia, ben je daar?’ vroeg Begonia.

Cláudia antwoordt vrij snel. ‘Begoña, ik heb wat te bespreken met jou.’ ‘Ik luister.’

‘Mag ik misschien het dossier van Deborah inzien of die van Adriana?’ ‘Als je persoonlijke toestemming hebt van hen dan mag dat.’

‘Nou ja, ik denk niet dat ik dat voor elkaar krijg. Deborah ziet mij niet zo zitten. Heeft ze iets tegen latino's?’

‘Nee, doe niet zo gek, joh.’

» » 2x03 Lip primer

« « 2x01 Als je de zaak won