Lip primer

Na een onrustig telefoongesprek, vraagt Cláudia Quito La Paz om een onderonsje met Begonia. Begonia merkt Cláudia's smokey eyes en donkere foundation op, alsmede haar glanzende lippen waar vermoedelijk ook lip primer op aangebracht is. Dit alles wordt nog ondersteund door killer heels; geen saaie Manolo Blahniks, maar echte Braziliaanse stiletto’s. Best ongebruikelijk voor een advocate, die meestal niet Danni Lowinski kan overtreffen qua stijl en klasse.

Akte 1 – Cláudia geeft acte de présence

Advocatenkantoor Cláudia Quito La Paz in Zichen

Advocatenkantoor Cláudia Quito La Paz in Zichen (België)

Het uiterlijk van Cláudia verraadt een soort straatwijsheid en wie weet heeft ze die ook na al die jaren dicht bij een roemruchte favela geleefd te hebben. Tegelijkertijd bezit ze de elegantie van de beroemde Braziliaanse telenovela-ster Fernanda Lima. Haar lange wimpers slaan op en neer en ze opent het gesprek: ‘Onze cliënt, Adriana, heeft natuurlijk wel wat verkeerds gedaan.’

Begonia is een beetje verbouwereerd door dit machtsspel. Ze is gewend dat zij de mooiste is, met haar parelmoer-blonde coupe. ‘Toch blijf ik het raar vinden dat alles om een zangwedstrijd draait. Amanda Apple verslaan lijkt me wel het laatste waar Adriana mee bezig is. Er is vast meer aan de hand.’ ‘Ik heb de kliniek bezocht en er zwaaien enkele psychiaters een harde scepter. Eén van hen is professor Boterbloem. Ik denk dat een van die andere doktoren ook graag promoveert tot professor.’

‘Hoe kom je daarbij? Psychiater is toch genoeg?’ Hoewel Begonia danig onder de indruk is, ziet ze ook vuil ondergoed van het merk Zorbas liggen. Een smetje op het blazoen van madame Cláudia.

‘Voor sommigen is een professoraat in de psychiatrie het ultieme. Ik laat je even bewijsstuk A zien.’ Ze graait in haar Birkin tas, die vermoedelijk nep is, en overhandigt een verkreukeld document. ‘Hieruit blijkt dat dokter Zonnewende zich boos maakt over professor Boterbloem.’

‘Dat betekent nog niets.’

‘Jawel, het betekent dat hij afgunst en jaloezie koestert.’

‘Ik ken dokter Zonnewende en het is een alleraardigst man.’

‘Dat zeggen ze allemaal.’ Cláudia buigt voorover op haar killer heels en haar gepoederde neus komt dichtbij Begonia. ‘Neem van mij aan dat hier iets aan de hand is.’

‘Wat bedoel je?’ De gepoederde neus beneemt Begonia de adem.

‘Je weet wel, een gevecht onder de mannen. Het recht van de sterkste.’

‘En?’

‘Nou, ruik jij niet het testosteron van deze brief? Dokter Zonnewende wil professor Boterbloem van zijn troon stoten. En hij gebruikt Adriana als schietschijf.’

Begonia is wel benieuwd naar deze aanpak. Even wat anders dan cognitieve gedragstherapie en G-schema's.

Cláudia vervolgt: ‘Dit is echt bad-ass. Die dokter had dienst ten tijde van Adriana's arrestatie. Hij heeft er voor gezorgd dat de situatie niet escaleerde. Nou, nou, hulde!’

'Hulde?'

‘Dat bedoel ik natuurlijk tongue-in-cheek.’

Het Engelse taalgebruik vermoeit Begonia. Daarom zegt ze: ‘Carinha, wij lossen dat wel op, vale?’

‘Vale? Wat weet jij in godsnaam van de Portugese taal!?’

Begonia beseft dat ze op moet passen. Ze heeft nog nooit iemand ontmoet die haar in schoonheid en taalvaardigheid kan overtreffen. Of is ze nu iets te vol van zichzelf? In gedachten mag dat best.

‘Hoe het ook zij,’ zegt Cláudia. ‘Ik wil graag een huiszoekingsbevel bij dokter Zonnewende en professor Boterbloem. Ik weet gewoon dat er iets niet pluis is.’

‘Ik ben daar niet verantwoordelijk voor.’

‘Dat weet ik. Maar jij kan wel de next best thing voor mij doen.’

‘En dat is?’

‘Patiëntenoverleg plegen via de telefoon. Je hebt vast wel iemand die bij die psycho loopt.’

‘Psycho? Pas een beetje op, Cláudia.’

‘Ik wil dat jij even met hem praat op 'n professionele manier. Jij moet hem even klaarstomen. Dan gaan we hem villen.’

Begonia rilt even dat ze van alle Nederlandse woorden, het woord ‘villen’ kent. Wat is dit voor dame? ‘Akkoord. Ik doe het. Op een voorwaarde.’ ‘Ja?’ De ogen van Cláudia knipperen.

‘Ik wil graag dat jij met Patricia praat. Jij weet vast hoe je onze slepende ruzie kunt beslechten.’

Cláudia glimlachte: ‘Natuurlijk. Komt voor de bakker.’

Wolfstraat in Maastricht

De Wolfstraat in Maastricht

Akte 2 – Patiëntenoverleg

Die avond belt Begonia dokter Zonnewende. Psychiaters zijn immers dag en nacht bereikbaar en haar zaak is urgent. Nou ja, eigenlijk niet, maar ze zou er voor zorgen dat dokter Zonnewende zou denken dat een er opname aan zat te komen.

‘Met dokter Zonnewende.’

‘Met Begonia Séu. Ik bel even voor patiëntenoverleg.’

‘Wat? Op dit uur?’

‘Ik dacht ik stoor u niet tijdens de therapie.’

‘Dat is aardig van u.’

‘Ik wil het even hebben over Deborah met u.’

‘Deborah? Waarom precies zij?’

‘Ik ben haar therapeute en ik wil graag weten hoe het met haar gaat tijdens het werk.’

‘Oké, maar ik vind dit wel vreemd. Zeker gezien het strafrechtelijke onderzoek kan en mag ik hier geen uitspraken over doen.’

‘Dan doen we 't op uw manier. Ik zorg voor een huiszoekingsbevel via mijn advocate Cláudia.’

‘Nou ja, ik vertel u een nieuwsfeitje, Begonia S.’

Begonia S, dat klinkt alsof ze crimineel is. Maar wie weet zijn er wel meerdere Begonia’s die deze psychiater kent.

‘Mevrouw Séu, Deborah heeft inderdaad iets gemeld omtrent Adriana. Er was iets voorgevallen met een zekere Magdalena.’

Begonia geeft een onnozel antwoord: ‘Ik heb haar al sinds 2002 in therapie, maar ik boek maar geen vooruitgang. Op welke medicijnen zit ze?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Maar u schrijft ze voor.’

‘Ja, ik krijg zoveel patiënten, ik ga niet al die pillen en doseringen onthouden. Ben de gek, zeg.’

Over gekken gesproken. Hoe moet ze dit gesprek alleen op een professoraat brengen? Dit ging zelfs Begonia’s pet te boven. Was Cláudia hier maar met haar instant-technieken.

» » 2x04 Rorschachtest

« « 2x02 Je had me