Psycho-educatie

Begonia Séu loopt met ferme passen richting de kliniek. Ze denkt aan hoe Adriana zich gevoeld moet hebben. Eigenlijk heeft ze er helemaal geen zin in, maar Cláudia heeft aangedrongen dat ze op onderzoek uit moet. Ze wil praten met Deborah, die meer weet dan haar lief is.

Markt Maastricht

De Markt in Maastricht

In het staatsziekenhuis van Maastricht volgt de psychologe de bordjes ‘Psychiatrie’. Ze is hier nog nooit geweest en het voelt alsof deze afdeling weggestopt is. Na enkele lange, onpersoonlijke gangen komt ze eindelijk bij de kamer van dokter Zonnewende uit. Ze klopt op de deur. De psychiater doet open en ze ziet een ruimte zoals iedere andere GGZ-instelling voor zich. Houten interieur, witgele muren en bijna geen rommel. Op zich wel plezierig, ware het niet dat ook de gesloten afdeling in eenzelfde stijl is vormgegeven. Dat maakt haar plaatsvervangend benauwd.

‘Dag, mevrouw Séu, gaat u zitten,’ zegt dokter Zonnewende iets te opgewekt. ‘Dag, dokter Zonnewende. Ik wil graag even praten met u over het functioneren van Deborah.’

‘U zult kunnen begrijpen dat Deborah een gewaardeerde kracht is.’ De psychiater kijkt Begonia niet aan en richt zijn blik op de rij boeken voor hem. Met een kuch vervolgt hij: ‘Dat komt niet in de laatste plaats door haar doortastende optreden.’

‘Ongetwijfeld. Ik ken Deborah ook als een meegaande persoonlijkheid.’ ‘De laatste tijd heeft ze weinig kunnen doen aan haar Ala Kondre. Daardoor is ze een beetje ontspoord.’

‘Heeft u haar medicijnen gegeven?’

‘Ja, maar dat had ik beter niet kunnen doen.’ De psychiater verstijft en kijkt ongemakkelijk naar Begonia. Zelfbeklag is niet zijn sterkste kant. ‘We maken allemaal fouten.’

‘Nou ja, ik niet.’

‘Natuurlijk, maar het was vast voor het beste. Ik weet hoe halsstarrig sommige patiënten kunnen zijn.’

‘Nou,’ zegt de psychiater, onderwijl hij zit te rommelen met een boek in zijn hand. ‘Die dag dat Deborah niets durfde te doen om de situatie met Adriana te beslechten, heeft ze een dubbele dosis clonazepam genomen.’

‘Een pam maakt rustig, toch?’ Begonia knippert met haar ogen. Als psychologe is ze niet zo van de pillen, omdat ze vindt dat therapie duidelijker handvatten aan de patiënt kan bieden.

‘Dat zou je denken. Maar bij sommigen zet het ook aan tot woede.’

Dit is een onthulling die bij de volgende rechtszitting gebruikt kon worden. Ze heeft nooit veel compassie gehad voor Deborah en dat spijt Begonia ook. Misschien komt het door haar verschillende achtergrond en dat ze zich niet goed kan inleven. Ze hamert dan wel door over discriminatie, maar waarschijnlijk zit er een kern van waarheid in.

‘Mevrouw Séu, Deborah is een goede kracht en ze heeft haar hart op de juiste plaats. Door de situatie kan ze soms een beetje vilein zijn.’

Begonia probeert meer uit de psychiater te trekken en het onderwerp te veranderen: ‘Heeft u dit al besproken met uw meerdere, professor Boterbloem?’

‘Professor Boterbloem? Ha! Die is heus niet mijn superieur. Ik sta op eigen benen, mevrouw Séu.’

Markt Maastricht

Koningin Emmaplein, Maastricht

Begonia merkt dat ze beet heeft: ‘Professor Boterbloem heeft tegen mij gezegd dat Deborah de laatste tijd last had van diffuse cognitieve gedachten.’

‘Die Boterbloem zegt wel meer wat.’

‘U bent het er niet mee eens?’

‘Nee, professor Boterbloem is een sukkel. Hij is dan wel professor, maar hij weet nooit iets.’

‘Ongetwijfeld.’

‘Mevrouw Séu, neemt u maar van mij aan dat hij alleen op die post zit vanwege vriendjespolitiek.’ De psychiater laat bijna een boek getiteld de mdm iv vallen en zegt gedecideerd: ‘Als hij er niet was geweest, zat ik nu op die post.’

Begonia kan wel wat met deze informatie. Cláudia heeft gelijk gehad. De psychiater koestert een grote afkeer tegen de professor. Waarschijnlijk is Deborah daarom zijn stokpaardje.

Ze besluit de benauwende witgele ruimte te verlaten en zegt de psychiater gedag. Eventjes duizelt het in haar hoofd. Misschien heeft ze toch door moeten praten met deze man. Hij weet vast ook wel wat over haar patiënt Adriana. Een volgende keer, wellicht.

In haar pantalon trilt de telefoon. Het is Cláudia.

Cláudia schalt verhit door de telefoon: ‘Ik heb een doorbraak geboekt met Adriana’s moeder, Ada Zaan. Mevrouw Zaan heeft enkele foto's die zeer geschikt zijn om in te dienen als bewijsmateriaal.’

‘Wat geweldig,’ zegt Begonia. ‘Ik heb zelf ook een overwinning. De psychiater heeft toegegeven dat hij jaloers is op professor Boterbloem.’

‘Wat!? Dat meen je niet! Ik ben heel trots op je, Bego.’

‘Misschien wordt het nog wat met deze zaak.’

Cláudia lacht luid en de lijn kraakt. ‘Wij zijn gewoon het dreamteam. Ik doe het heftige deel, terwijl jij de softe aanpak verkiest.’

Bij het afronden van het gesprek, maken beiden dames een nieuwe afspraak om samen incognito de kliniek te betreden.

» » 2x06 Ik denk, dus ik doe aan therapie

« « 2x04 Rorschachtest