De Bijlmer van het Gooi

Haar gedachten haperen bij de zin « Qui suis-je? » uit Nadja van André Breton, een boek dat ze af en toe leest om haar levensdoel voor ogen te halen: een patiënt helpen. Eerder heeft ze er niet bij stilgestaan dat die beginzin op haar van toepassing is. Want wie is Begonia nou eigenlijk? Is ze een eigen karakter of volgt ze alleen maar de levens van haar patiënten? Is suis de ik-vorm van suivre ‘volgen’ of van être ‘zijn’? Wie volg ik? Wie ben ik? Het eerste klinkt haar aannemelijker in de oren, ook omdat zij allang voor Facebook en Twitter mensen volgt. En ze geeft nooit een laf ‘vind ik leuk’-commentaar. Nee, ze gaat echt in op de roddels die ze hoort in haar spreekkamer. En alles wat er gezegd wordt blijft sub rosa, of eerder sub begonia.

Bijlmer van het Gooi, Bussum-Zuid

Nu moet ze echter afscheid nemen van alles wat haar in de spreekkamer ter ore is gekomen, want ze heeft in weken geen cliënt verwelkomd. Natuurlijk, haar vriendin Patricia staat met haar problemen gelijk aan tien klanten, maar dat telt niet. Een vriendin is iets heel anders. En ook al heeft ze last van psychologica fantastica, ze zou haar altijd verdedigen. Ook tegen haar man Alejandro, die het meestal bij het rechte eind heeft.

~ * ~

Versuft ligt Bego op de bank in een appartement in Bussum-Zuid, aan het bijkomen van gisteren. Die Appie en haar hoofddoek zijn niet in haar koude kleren gaan zitten. Gelukkig gaat ze daarna dineren met de Rotaryvrouwen, ook uit de buurt. Helaas valt de maaltijd niet goed op de maag. Door al die verhalen van succesvolle Rotaryvrouwen heeft ze bijna geen oog dichtgedaan. Dat ze buikpijn heeft speelt ook mee. Gelukkig is de dag begonnen en kan ze direct naar yoga.

De deurbel gaat. Hond Kota komt meteen overeind en snelt naar de deur. Ze springt heftig en kan net de bezoekster in het raam bovenin zien. Begonia slaapwandelt met tegenzin naar de deur en doet open: het is Patricia. Dankzij de training van Dafni Petrarca blijft Kota enigszins rustig.

‘Bego, je moet me helpen,’ smeekt Patricia, die er tamelijk verlept uitziet. Het lijkt wel alsof haar vriendin ook geen oog dichtgedaan heeft.

‘Als je het niet erg vindt, ga ik weer mijn bed in.’ Begonia, die ondanks dat ze veel therapie gegeven heeft over het omgaan met een depressie, is dwars en wil niet uit haar passiviteit getoverd worden. Ook niet door een fee als Patricia. Dat heeft haar nooit bevallen.

‘Er is iets dat me van het hart moet,’ zegt Patricia, terwijl Kota meteen op haar schoot springt.

Dit toontje slaat niet aan bij Begonia, die voor zich uitstaart. Wat bezielt haar vriendin om altijd maar weer te verschijnen met die verhalen van haar? Kan ze haar niet een keer met rust laten? Ze wil zelf wel eens een keer bepalen wanneer én of ze Patricia zou zien. Dat is haar pech. Haar vriendinnen besluiten wanneer ze Begonia kunnen raadplegen; van enige wisselwerking is geen sprake.

Bego heeft totaal geen zin om therapie te geven: maar ze zit op de sofa. Dat is alvast een soort halve therapie. De sofa kan dan wel niet praten; hij vormt toch deelgenoot aan al die therapeutische sessies. Waarom is Begonia alleen nu niet genegen om advies te geven? Gelukkig is Kota er nog, al negeert Patricia die teckel compleet.

Station Bussum-Zuid

Begonia zucht, steunt op een ledikantje en dan weer op het barretje, niets kan haar bewegen om ook maar iets te betekenen voor de wereld. Vroeger is dat wel anders geweest. Ze heeft een praktijk gehad, die ondanks alles goed liep. De Netelige Larix. Nu zit ze hier, opgesloten in het Bijlmergebied van Bussum. Alleen maar omdat hier een paar torenflats staan en een stationnetje dat ’s avonds allicht minder veilig is dan Naarden-Bussum, wordt dit gebied vergeleken met iets wat niet typisch is voor de regio. Overdaad, luxe en uiterlijk vertoon, dat telt hier. En Begonia kan best wedijveren met die Gooische dames van yoga. Ook al woont ze in een hoge flat in Bussum-Zuid.

Patricia merkt op dat Begonia aan het suffen is en besluit een Coca-Colablikje uit de ijskast te pakken. Vakkundig houdt ze Kota op een afstand. Ze kijkt Begonia aan en hoopt op antwoord.

‘Ik ben gewoon mezelf niet meer,’ zegt Begonia. ‘Sinds die reis naar Mallorca en dat bericht van Marcia Lapidis ben ik mezelf tegengekomen.’ Uit Patricia’s ogen kan Bego aflezen dat dit een platitude is, jezelf tegenkomen. Dit maakt het niet minder waar en als Patricia een slok cola neemt, valt er een stilte. Het verwijt hangt in de lucht of de psychologe zelf wel genoeg onderneemt.

Begonia kijkt in de verte en ziet uit het raam de andere flatgebouwen voor zich. In al die gebouwen zitten tientallen mensen, nee honderden, en al die mensen moeten elke dag wat te doen hebben. Daar heeft ze nog nooit bij stilgestaan. Zoals René Gude gezegd heeft ‘het leven is best een gedoetje’.

Patricia houdt niet van zeuren en zegt: ‘Ik heb een verhaal te vertellen en heb jouw advies nodig.’

Begonia kreunt wat uit en laat zich vallen op een chaise longue. In de woonkamer komen de meubels op haar af.

Terwijl Patricia aanstalten maakt om iets te bereiden in de keuken, laat ze iets los over ontwikkelingen in haar privésfeer.

Begonia veert op. ‘Welke verwikkelingen?’ zegt ze. ‘Heb je een nieuwe auteur gevonden voor je uitgeverij?’

‘Nee, ik heb het natuurlijk over mijn man.’ Onverwacht aait ze Kota.

Begonia kijkt voor zich uit en is Patricia’s man vergeten. ‘Ik dacht dat dat huwelijk nooit is voltrokken,’ zegt ze.

Patricia werpt een vernietigende blik op. Natuurlijk weet de psychologe als geen ander dat ze zich op glad ijs begeeft. Een jaar geleden heeft ze zich namelijk voorgedaan als Patricia om beter in de smaak te vallen bij Alejandro. Dankzij de commotie, heeft Patricia dit nooit doorgehad en is de bruiloft om een andere reden afgeblazen. Patricia heeft namelijk nooit het woord ‘ja’ uit haar mond kunnen rollen, een eigenschap die zelfs Bego af en toe te veel wordt.

» » 3x04 - Het huwelijksdiner

« « 3x02 - Buurtpreventie

Lees seizoen 2 'Adriana' of lees seizoen 1 'Ada' terug.